Ik geloof in de liefde, de liefde voor eeuwig en altijd. De warme deken van het bij elkaar zijn, de rust die je voelt als je elkaar ziet, de toekomst die nog voor jullie beiden open ligt en die ingevuld kan worden op elke manier die je wilt. In de liefde dat je die toekomst samen wilt delen, samen voor eeuwig en altijd. Niet de zekerheid die het doet maar de liefde. Niet vanwege het gemak maar vanwege de lust. Niet omdat het noodzaak is, maar juist omdat dat het niet is.
Maar nu even niet. De reden voor de meest rigoureuze beslissing van dit jaar. Ik wilde die liefde nog niet voelen. Ik wilde mijn leven met hem delen maar zonder de liefde, zonder de lust, zonder de toekomst die we op elkaar afstemmen.
Ik zou maanden, jaren voor mezelf leven. Geen jongens die mijn hoofd op hol zouden laten slaan. Genieten van het leven, genieten van de mogelijkheden en kansen die voorbij komen met beide handen aanpakken.
Maar veel sneller dan verwacht kwam jij langs.
Je ogen, je lach, je liefde, je lijf. Perfecte passie en een perfect gevoel.
Ik ben nooit van het afhouden, als het goed voelt is het goed en mocht dat het toch niet zijn merk je dat vanzelf wel. Je overviel me met jouw manier van leven, jouw manier van genieten. Veel te snel gaat het veel te goed. Ik ben bang voor de bom die ineens zal vallen, dat deze perfecte bubbel uit elkaar barst. Maar het gaat goed.
Ik kan mezelf zijn. Rust in mijn hoofd, rust in mijn lijf. Je kalmte daalt langzaam over me neer en ik ga al wat minder gehaast door het leven. Minder gehaast maar ontzettend blij. Minder gehaast maar ik pak alle kansen aan. En alles gaat perfect. Beter dan verwacht.
Pas nu je er even niet bent zie ik in dat ik al veel te snel gesteld op je ben geraakt. Je lach, je liefde, je ogen en je lijf. Moet ik me hier nog tegen verzetten? Verzetten tegen de deken van liefde waarmee je me omarmt of kan ik hier gewoon voor gaan? De snelheid waarmee in mijn leven verscheen maakt me onzeker. Ga ik hiervoor of ga ik vanaf nu alles wat rustiger aan doen?
Mijn gevoel laat duidelijk merken wat ik wil, maar wanneer is het tijd om naar je hoofd te luisteren?
Het was beter dan verwacht.
Voor het eerst begreep ik de verhalen over dat gelukzalige gevoel.
Je zachte handen omlijsten mijn gezicht en op dat moment lijkt het alsof jij en ik dezelfde zijn. Gedeelde gemengde gevoelens.
Dat de stap die we allang hadden gezet nog voor zoveel opgebouwde spanning kon zorgen. Dat tintelende warme gevoel toen jouw gezicht eindelijk zo dichtbij was. Beiden leken we het moment te willen behouden. Genieten van de spanning. Geen mogelijkheid om alles te verpesten.
Dat samenspel. Allebei niet in staat elkaar te weerstaan. Een dodelijke combinatie.
Vlinders in mijn buik. De glimlach op jouw gezicht zei meer dan voldoende en ik waagde de stap. De laatste paar centimeters verdwijnen. De spanning die tussen ons hing week langzaam opzij. Mijn hand legde ik op je wang. Je stoppels kriebelden in mijn handpalm. Je ademhaling kriebelde onder mijn neus. Deze paar seconden leken wel een eeuwigheid te duren. Toen ik jouw lippen op de mijne voelde wist ik het ineens heel erg zeker, dat gelukzalige gevoel wil ik niet meer kwijt.
Daar stond je, aan de overkant van de drukke weg. Over de auto’s heen zie ik je hand door je haar halen en moet grinniken als het weer net zo stug naar voren valt. Ineens lijkt de tijd met jou als een fotoalbum zich voor mijn ogen af te spelen.
Als de stoplichten eindelijk op groen springen pak ik mijn telefoon, een goed excuus om je niet aan te hoeven kijken. Te druk om nog op te letten bots ik tegen je op. ‘Gaat het wel?’ Je kijkt me geschrokken aan en dan lijkt het tot je door te dringen, ‘Oh Eva..’
Beiden terug in de tijd geslingerd.
Met wat gene trek ik mijn shirtje weer recht en ben op zoek naar de juiste woorden. De stilte hangt ongemakkelijk tussen ons in, wat te zeggen na zoveel jaar, wat te zeggen na zoveel gevoel? Ik besluit de stilte maar te verbreken, jij was het tenslotte die die in eerste instantie had afgekondigd zoveel jaar geleden. ‘Hoe is het met je? Ik heb je toch al uuh..’ ‘Vier jaar niet’ vul je me aan. Blijkbaar staat het moment ook nog in jouw geheugen gegrift. Beleefde interesses vliegen over en weer en de ongemakkelijkheid verdwijnt weer net zo snel als hij kwam. Je humor, je lach, je voorliefde voor rare grapjes en je subtiele aanrakingen ben je niet verleerd.
En dan ben jij het die het vraagt, ‘Ben je vanavond gewoon thuis? Misschien kan ik je nu eens op dat etentje trakteren dat je nog tegoed hebt..’
Je had vanalles kunnen zeggen, je had kunnen zeggen dat ik er vreselijk uit zag, of juist niet, je had kunnen vertellen over een nieuwe vriendin, of een hond, een huis, álles kon. Maar in plaats daarvan boor je dat gevoel terug, woede, verdriet, gebroken liefde en verbazing. Mijn mond valt open maar mijn hoofd neemt me in bescherming, ‘Ik uuh.. Ja nou ik moet echt de trein halen. Ik sms je straks wel even!’
Sneller dan gedacht weet ik de tram te halen en als ik met een verhit hoofd eindelijk even kan zitten voel ik mijn telefoon trillen, ‘Het was fijn je weer eens te zien, net zo mooi als toen.. Misschien vanavond de kans het goed te maken?’
![]() |