Tijdens mijn keuzemoment voor een stageplaats had ik het gevoel niet alleen te moeten kiezen voor de komende drie tot vier maanden, maar ook voor de toekomst. Want wil ik richting de muziekjournalistiek? Of wil ik voor vrouwenbladen schrijven? Of toch onderzoeksjournalistiek?
In mijn hoofd was de keuze die ik moest maken voor mijn stageplaats gelijk aan mijn toekomstplan.
En eigenlijk wist ik het al lang. Eigenlijk weet ik al vier jaar wat ik wil, waar ik gelukkig van zal worden. Maar zie dat maar eens duidelijk te maken aan de buitenwereld waar iedereen denkt dat ik onderzoeksjournalistiek erg fascinerend vind. Nou heb ik wellicht zelf bijgedragen aan dat misverstand, want ik vind het erg interessant en spannend maar niet voor nu, nu wil ik genieten en dingen doen waar ik blij van word, voordat het niet meer kan. Dus, mam, pap, ik wil muziekjournaliste worden.
Ik wil schrijven over cd’s en ik wil interviews houden met bands. Ik wil Eric Corton zijn. Alleen dan als mezelf. Snappen jullie? Ik hoor het ze denken, “Allemaal leuk en aardig lieverd, maar wie is Eric Corton.” Achja, zal dat nou de welbekende generatiekloof zijn? Of gewoon een interessekloof?
Maar terug naar de keuzes, en de wolken..
Terwijl de tijd begon te dringen heb ik gekozen, “omdat het moest”, maar stiekem gewoon omdat ik het wilde.
En nu ga ik stage lopen bij Music Maker. Dit zal veel van jullie niets zeggen maar dat doet er niet toe. Het gaat over muziek en het is voor muzikanten. Tijdens het sollicitatiegesprek had ik maar één keer de neiging me beter voor te doen dan ik ben. “Speel je een instrument?” En de radertjes in mijn hoofd gingen draaien, een leugentje voor bestwil of gewoon eerlijk zijn. “Nee, en ik heb ook geen ritmegevoel. Maar ooit zou ik het wel willen..”
En nu ik mijn pad heb gekozen ben ik begonnen om alles daar omheen te laten draaien. Zo ga ik concertrecensies schrijven voor LiveXS en ga ik binnenkort een instrument kiezen om te leren bespelen.
Stiekem ben ik zo blij. Zo gelukkig met mijn keuze.
Zo in de wolken dat alles er verder bij in schiet. Mijn afstudeeropdracht is blijven steken op het punt waar ik een maand geleden ook al was. En ook mijn inhaalopdrachten zijn geen stap verder.
Zo zie je maar weer, gelukkig zijn kan ook een slechte timing hebben..
Het was het gebrek aan beter en het scheldende meisje in de reclamespot dat ons er toe zette Je zal het maar hebben te kijken. Maar het was de jongen die mijn hart stal en meer teweeg bracht dan waarschijnlijk de bedoeling was.
In zijn futuristische rolstoel had hij een jointje tussen zijn robotvingers geklemd, met eerlijk en oprechtheid deelde hij Nederland mee gebruik te maken van escortservice en nog nooit een vriendin te hebben gehad. En met een voldaan en gelukkig gezicht ging hij in zijn rolstoel helemaal los tijdens Qlimax. Hij wilde nog zoveel mogelijk feesten, als het kon zelfs elke dag, want het zou niet lang meer duren voordat hij het niet meer kon. En dat wist hij dus had hij blijkbaar besloten van elk moment in zijn leven optimaal te genieten.
Met een gigantische glimlach zat ik naast Mr F. op de bank. Dat is de juiste instelling. Waarom lijkt het wel alsof mensen een levensbedreigende ziekte moeten hebben om dat in te zien? Waarom gaan ze dan pas leven alsof het hun laatste dag kan zijn?
Naar aanleiding van deze jongen en zijn verhaal. Naar aanleiding van het genieten op zijn gezicht en de eerlijkheid. Naar aanleiding van zijn instelling is er bij mij iets veranderd. Nog niet aanwijsbaar maar ik voel me losser en luchtiger, het doet er allemaal verdomd weinig toe, we gaan toch allemaal dood dus geniet! En misschien is ons reisje naar Stockholm wel het eerste wat ik ga doen.
Al achttien jaar en bijna drie maanden gaan we vechtend, knuffelend, lachend, schreeuwend, stoeiend en ruziënd samen door het leven. Want zoals het hoort kunnen we elkaar regelmatig het hoofd in slaan om een tshirt dat één van ons kwijt is of om iets wat één van ons zou doen en niet heeft gedaan. Meestal liep de ander dan woedend de trap op en smeet een aantal deuren dicht om een halve middag later weer normaal tegen elkaar te doen zonder er nog een woord over te spreken.
Maar sinds ik niet meer thuis woon is er iets verandert. Zou dit bij het volwassen-zijn horen, dat je niet meer bekvecht met je kleine zusje en haar steeds meer als vriendin ziet?
Mijn zusje is verandert van een klein meisje dat steeds deed wat ik deed, droeg wat ik droeg en wilde wat ik wilde naar iemand die zichzelf is. Stoer, knap, mooi, grappig, lief, een echt persoon en niet alleen meer mijn zusje.
De eerste keer dat ik me dat realiseerde was toen ze met een vriendje thuis kwam, ineens had mijn kleine zusje een vriendje. Maar de laatste tijd, nu ik steeds meer ambieer iets meer zoals haar te zijn ben ik trots op wie ze is. Mijn zusje is Marthe en niet meer alleen mijn kleine zusje. Ze laat me kennis maken met andere muziek, met andere mensen en met haar manier van leven.
En stiekem wil ik soms wel eens dat ik het kleine zusje ben zodat ik eens wat meer op haar kan lijken zonder de grote zus te zijn die het goede voorbeeld hoort te geven.
![]() |